Saaie liedjes, grote tent
Mijn dag begint met Milow, die vandaag de Main Stage mag betreden. Hoewel ik de keuze voor de Main Stage begrijp (de Belg heeft in Nederland in relatief korte tijd tenslotte een behoorlijke fanbase opgebouwd), bekruipt me toch het gevoel dat ik bij een eerder concert ook al kreeg: zijn eigen werk is saai en veel te minimaal voor zo’n grote tent. De liedjes zijn weinig overtuigend en het podium lijkt – ondanks zijn vijfkoppige band – akelig leeg. De twee hitjes worden vanzelfsprekend door het veelal vrouwelijke publiek fanatiek meegezongen, maar verder? De rest blijft niet hangen.

Berlijnse gekte
Na Milow is het tijd om richting de Surprise Stage te gaan voor Bonaparte. Deze Berlijnse band staat bekend om de visueel aantrekkelijke performance, waarbij muzikaliteit niet voor alle “bandleden” van belang lijkt te zijn. In eerste instantie is het podium relatief leeg met slechts enkele muzikanten, maar al snel krijgen zij gezelschap van twee danseresjes. Vanaf dan volgen vele opkomsten, wordt het podium ook geregeld weer verlaten en na de nodige kostuumwissels ben ik al behoorlijk de tel kwijt. Want met hoeveel man is Bonaparte nu eigenlijk in Hellendoorn aanwezig? En het Duitse accent? Aandoenlijk. En ‘Anti Anti’ is een feestje.

Beth Hart
Ik houd ‘t kort. Wat een stemgeluid en wát een aantrekkingskracht heeft deze vrouw op het publiek. Ik had het niet willen missen. Beth Hart dus.

Sociale circle-pit
Sommige bands “horen” wat mij betreft meer thuis in een klein concertzaaltje dan in een festivaltent. Anti-Flag is één van die bands. Ik vind het een ontzettend sympathieke band die bovendien een sterke set heeft neergezet, maar de afstand tussen de band en het publiek was – ondanks de vrij kleine Surprise Stage – gewoonweg te groot. Voor herhaling vatbaar, maar dan wél zonder barriers en voor niet meer dan 500 man. Noemenswaardig is trouwens wel de circle-pit, waarbij de band het publiek van de nodige instructies heeft voorzien om te voorkomen dat er gewonden zouden vallen. Schattig.

Indrukwekkend Biohazard
Na Anti-Flag konden langharige mannen in zwarte t-shirts prima aan hun trekken komen met Biohazard op de Main Stage. En Biohazard is nu zo’n band die die grote tent prima weet te vullen. Sterker nog, volgens mij is geen podium te groot voor deze al 20 jaar bestaande NY-hardcore band. Een heerlijk energieke band. Fijn, heel fijn.
Dance Arena te klein
Voor we richting Dan Auerbach vertrekken, doe ik eerst nog een poging wat mee te krijgen van De Jeugd Van Tegenwoordig. De Dance Arena blijkt echter absoluut te klein voor de hoeveelheid publiek en ik moet me tevreden stellen met een enkele blik op de heren – maar dan wel op het videoscherm. Erg spannend lijkt het niet, dus is de keuze gauw gemaakt en wordt het toch Dan Auerbach.

Te zomers voor Dan
Tot mijn verrassing wordt het podium van de kleine festivaltent niet “gevuld” met slechts een enkele man op gitaar (Dan van The Black Keys solo), maar daadwerkelijk bevolkt door een voltallige zevenkoppige band. Helaas is ook Dan Auerbach zo’n man die ik op Dauwpop wat misplaatst vind. Ik begrijp de wens van de programmeurs om een festival met een gevarieerde line-up te willen bieden, maar waarschijnlijk maakt iemand als Dan veel meer indruk in een rokerig, donker hol dan in een festivaltent op een veel te zomerse dag.
Enge Bos
Tussendoor is zelfs nog tijd om even bij het Enge Bos-podium te kijken, waar Mooi Wark al ruim voor aanvang van het optreden een behoorlijk publiek heeft verzameld. Maar voor het zover is, mag eerst Giel Beelen even het publiek vermaken met kont-testen (lees: wie van de twee dames schudt het mooist met haar kont?), foute 90’s-hitjes en de Vogeltjesdans. En het publiek deed wel mee. Letterlijk tijdens de 90’s-hitjes deed Mooi Wark een soort van soundcheck en om 5 uur ’s middags moest Giel plaatsmaken voor de Drentse band. “Zijn er hier ook boeeeruuuuh?” Natuurlijk zijn die er, het blijft toch het Overijsselse Hellendoorn.

Ilse verrast
Ik moet iets bekennen. De laatste keer dat ik Ilse DeLange live zag, was in 2000 of 2001. Dat is me destijds niet zo goed bevallen – ik vond d’r maar saai – en zodoende heb ik haar al die tijd eigenlijk een beetje ontweken. Maar ze heeft me positief verrast, want wat was ze leuk! Ze zong loepzuiver en gezien haar pretoogjes en stralende lach stond ze overduidelijk te genieten. Terwijl voor Anti-Flag (toch niet de minste naam) wat mij betreft de Surprise Stage al te groot was, hield ook Ilse zich prima staande op de grote Main Stage. Ik zal Ilse niet langer onwijken, beloofd.

Novastar vooral laat
Dan ben je ruim op tijd aanwezig om nog wat mee te kunnen pikken van Novastar voorafgaande aan Deathstars, begint de band meer dan twintig minuten later dan gepland. Soundcheckje hier, gitaartje stemmen daar… Nadat zanger Joost een paar keer hyperactief op z’n piano heeft gemept en het eerste nummer heeft ingezet, is het mij wel duidelijk: dit gaat een mooi optreden worden, maar Deathstars klinkt aantrekkelijker.

Vooral veel show bij Deathstars
Daarom wordt de Main Stage toch weer ingeruild voor de Surprise Stage, waar ik vlak voor aanvang van het optreden van Deathstars de fotopit in loop. Ik heb ze dit jaar al eerder gezien en gefotografeerd en weet dus wat ik kan verwachten: het is een interessante band om te fotograferen, maar de muziek heb je na drie nummers wel weer gehoord. En dan is het dus best aangenaam om na drie nummers de fotopit te moeten verlaten, nog twee extra nummertjes mee te pikken en daarna op aanraden van de organisatie “minstens één keer in je leven” Guus Meeuwis live te gaan meemaken.

‘Het is een nacht…’
Vooruit dan maar, op naar Guus Meeuwis. Ik wist al dat mijn muzieksmaak iets afwijkt van het repertoire van Guus, maar als je dan toch de gelegenheid krijgt het eens mee te maken… waarom ook niet? En toegegeven; hij doet het best leuk. Het derde nummer is het bekende ‘Het Is Een Nacht’, dat door het hele publiek (jong, oud, vooral veel vrouwelijk) in de grote festivaltent woord voor woord wordt meegezongen. Een feestje der herkenning.

Echt feesten doe je elders
Goed, dat heb ik ook eens meegemaakt, maar het échte feest speelt zich op datzelfde moment af in de kleinere tent. De Britse Infadels hebben de eer daar de avond te mogen afsluiten. De band is in Nederland best populair en met onder andere ‘Love Like Semtex’ en de cover ‘Sweet Dreams’ is dit voor mij toch wel dé plek om het festival af te sluiten. Als je het mij vraagt is dit de enige band waarbij je écht niet stil kan blijven staan en daarmee direct het hoogtepunt van Dauwpop 2009.
Verslag op MusicFromNL
Foto’s op MusicFromNL
Fotogallery op Nouks.nl (met heeeel veeeel foto’s)